Hemel of hel

De hemel of de hel 

Heel veel jaar geleden toen ik nog werkte heb ik een verhaal geschreven naar aanleiding van een mijn ogen non discussie een discussie die eigenlijk nergens over gaat maar wel op iedereen z'n zenuwen werkt en maar voortduurt en voortduurt. Deze non discussie ging over het feit dat docenten niet met een bekertje koffie door de gangen mochten lopen omdat dat een slecht voorbeeld was voor de leerlingen. Ik was de discussie helemaal bij en heb toen mijn toenmalige leidinggevende René het onderstaande verhaal gestuurd. Dit is versie twee, want versie één kon ik nergens meer vinden, maar het verhaal staat me nog duidelijk voor de geest. 

De hemel of de hel 

Ik denk dat ik vannacht doodgegaan ben zonder dat ik me d'r op heb voor kunnen bereiden zonder dat ik het wist. Ik loop in een tunnel van licht deze tunnel bestaat dus echt want ik loop erin. Er schieten dingen aan mij voorbij waarvan ik denk dat het andermans zielen zijn. Ze zijn veel sneller dan ik, ik ploeter verder en ik vorder traag op de weg naar de hemel of de hel. 

Ik vraag me af waarom ik zo langzaam ben als ik in dit tempo doorloop dan haal ik de hemelpoort nooit voor sluitingstijd. Ik bestudeer mijn ziel eens grondig en ik zie allemaal zwarte vlekken, ik denk dat dit zonden zijn. Zo te zien zijn het nog verse zonden, want ze zijn nog helder zwart. Ik zie ook een aantal al grijs verkleurde plekken dat zullen wel oude zonden zijn. Ik bekijk zo'n zwarte plek eens heel goed want straks bij de hemelpoort moet ik toch een uitleg hebben. Ik zal toch moeten kunnen verklaren hoe ik aan deze zwarte plek kom. 

Nu ik eens goed kijk, zie ik dat het allemaal kleine overtredingen zijn. Deze vlek hier ja toen liep ik door de gang met een beetje koffie terwijl ik wist dat het niet mocht. Maar in de pauze had ik zitten praten met een collega die even helemaal de kluts kwijt was. Dat vlekje daar was weer zo'n overtreding, maar toen had ik zitten praten met een leerling niet even moeilijk had. Zo bekeek ik alle vlekjes grondig. Ja, het waren allemaal koffievlekjes, vlekjes waarvan ik wist dat ik dingen deed die niet mocht, maar die ik toch gedaan had. 

Zo, zei Petrus, ben je d'r eindelijk ik zag je al aankomen en ik dacht die neemt er de tijd voor. Ja, we hebben toch alle eeuwigheid. Ik was bekaf. Mijn ziel woog zwaar. Ik was nog niet bekomen van de schrik van het dood zijn en Petrus keek me scherp aan. Ik had helemaal geen zin in een non-discussie met Petrus dus ik zei tegen hem stuur mij maar naar de hel. Ik neem aan dat dat het kleine deurtje is daar aan de rechterkant van jou. Ik zei meteen snel van u. 

Petrus keek me aan en lachte, nee zei hij, ik heb speciaal op jou gewacht want dat kleine deurtje moet ik openmaken met de sleutel die sleutel heb ik. Weet je zei Petrus, het viel me op dat hij met tutoyeerde, die grote deur waar iedereen vrolijk naar binnen schiet dat is de poort naar de hel. Dat kleine deurtje dat is de poort naar de hemel. Dat deurtje gaat open voor mensen die zelf zijn blijven denken. Mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen voor de dingen die ze doen. Jij wist dat je iets deed wat niet mocht, maar je ontliep je verantwoordelijkheid voor die daden niet en daarom mag je naar de hemel. 

Petrus draaide de deur open en ik slofte op m'n laatste benen de hemel binnen. Ik hoop dat ze hier koffie hebben. Ja, hoorde ik Petrus van achter de deur zeggen en denk er aan, lachte hij niet met een bekertje koffie door de gang lopen. Toen knarste de deur in het slot.