Voetenslofdag
Verhaal 299 Voetenslofdag lente
Ze lopen al de hele dag, hoewel het van Oma niet mag, met hun voeten te sloffen. Ze sloffen door de keuken, door de gang, op het pad. Oma wordt er een beetje gek van. Maar wat heeft hun geslof met de komst van de ijscoman te maken?
Voetenslofdag
Jongens, roept Oma ik heb het nu al tien keer gezegd
Maar nu meen ik het echt
Til in hemelsnaam jullie voeten op
Ik hoor de hele morgen alleen maar slof slof slof
Jullie sloffen in de gang jullie sloffen op het pad
Ik heb het met jullie geslof helemaal gehad
Jullie sloffen alsof je nooit fatsoenlijk hebt leren lopen
Zo moeten we snel weer nieuwe schoenen kopen
En jongens weten jullie, zegt Best Buur
Nieuwe schoenen zijn behoorlijk duur
Het is wat Omaoma altijd zegt
Het is natuurlijk grote pech
Maar het geld groeit niet op mijn rug
Daar heeft Het Klein Gespuis niet van terug
Oma, zegt Heer Jack we hebben een spel bedacht
Dat spel heet voetenslofdag
Dan mag je niet gewoon lopen, want dan ben je af
En gaan rennen dat is het helemaal laf
Bij af moet je als straf de vuilniszak buiten zetten
Als je rent moet je de hele dag op Flosje letten
Dat hebben we elkaar plechtig beloofd
Iedereen schudt uitgebreid ja met hun hoofd
Oma, smeken ze als het van u mag
Dan spelen we zachtjes voetenslofdag
Het mag en daarna gaat het zoals we weten
Binnen vijf minuten zijn ze die belofte weer vergeten
Aan het eind van de straat rinkelt ineens een bel
Alle kinderen in de straat herkennen dat geluid zeker wel
Het is de ijscoman die komt weer voor het eerst
Na de hele winter op vakantie te zijn geweest
Ja, ja zegt Oma terwijl ze geld geeft voor een ijsje
Eventjes dacht ik jullie boffen
Maar dat stuk moeten jullie wel zachtjes sloffen
Ik voorspel jullie hoe het dan gaat
Dan zijn jullie voor een ijsje veel en veel te laat
Dus stop het geld maar in je portemonnee
Dan nemen jullie het de volgende keer maar mee
Ze kijken elkaar super teleurgesteld aan
Oma waarschuwt, jongens denk eraan
Jullie hebben elkaar een belofte gedaan
Wie loopt is af en wie rent is laf
Dan moet je het ijsje maar laten staan
En het vandaag aan je neus voorbij laten gaan
Zozo, moppert Broertje Tim we zijn niet af of laf
Toch hebben we nu allemaal straf
Maar onze belofte zegt Heer Krekel wijs
Is natuurlijk veel belangrijker dan het eerste ijs
Kom snel roept Mijnheer Jack terwijl hij lacht
Ik heb een super plan bedacht
Ze druipen sloffend af naar Opa's knutselschuur
Kijk daar nou eens lachen Oma en Beste Buur
Ze komen allemaal naar buiten op de fiets
Want op de fiets sloffen je voeten niet
Ze fietsen snel naar het einde van de straat
Waar gelukkig nog de bus van de ijscoman staat
Zelfs toen ze 's avond doodmoe in bed zijn gekropen
Had nog niemand zijn belofte gebroken
Heer Jack, zegt Oma terwijl ze naar hem lacht
U had een heel slim plan bedacht
Oma, zegt Heer Jack mijn voeten zijn wel erg moe
Lieve schat zegt Oma doe dan snel uw oogjes toe

Verhaal 300 Winterklaar
Ze komen de knutselschuur van Opa binnen gewandeld met de vraag of Opa de slee al winterklaar wil maken. Hoewel het net zomer is, kan Opa dat best wel doen, want dan zijn ze goed op de winter voorbereid.
Winterklaar
Jongens, zegt Opa verbaasd jullie lopen pas in je korte broek
En, als ik het goed begrijp, willen jullie dat ik nu de slee opzoek
Weet u Opa, zegt Heer Jack, Oma zei daar net
Dat de bloemen allemaal al helemaal zijn verlept
Misschien, zei ze komt er wel sneeuw dit jaar
Daarom Opa maakt u s.v.p. onze slee winterklaar
Dan zijn we op de koude wintertijd
En op de sneeuw goed voorbereid
Zullen we dan maar, stelt Opa voor, naar de zolder gaan
Daar zal de slee volgens mij wel staan
Opa kijk eens, roept Broertje Tim wat ik heb gevonden
Jeetje mijn schaatsen die heb ik al jaren niet meer ondergebonden
Ze horen Opa zachtjes met Oma overleggen
Maar wat ze hebben beslist willen ze niet zeggen
Misschien, denkt Vrouwe Meisje gaan we zwemmen in zee
Dan mag, juichen ze, Flosje natuurlijk ook weer mee
Opa Oma, vraagt Heer Jack de volgende dag
Als ik misschien een dom vraagje vragen mag
Waarom hebben jullie je winterjassen aangedaan
Omdat we, glimlacht Oma naar de overdekte ijsbaan gaan
Om jullie helemaal op de winter voor te bereiden
Gaan wij jullie vandaag op echte schaatsen leren rijden
Op de koude overdekte baan
Heeft iedereen een ander kleurtje schaatsen aangedaan
Opa legt uit, we gaan eerst oefenen achter een stoel
Dan krijg je langzaam aan het gladde ijsgevoel
Ze glijden en ze vallen
Ze gieren het uit met zijn allen
Toch krijgen hun twee benen het door
En gaan ze na een tijdje er als echte schaatsers vandoor
Maar, moppert Heer Krekel, Mijnheer Jack
Míj́n benen doen nog echt niet wat ik zeg
Als u snapt wat ik bedoel
Mijn benen hebben nog steeds niet Opa's glijgevoel
Mijnheer Jack ik trek mijn schaatsen uit
Want ik val iedere keer op m'n snuit
Weet u krekelpoten zijn om te springen
Ze kunnen niks met dit soort glijdingen beginnen
Krekeltje, wijst Opa daar staat een koek-en-zopie-tent
Ik denk niet dat u in koekjes met chocomel geïnteresseerd bent
En voordat je er erg in hebt
Heeft Heer Krekel op zijn schaatsen een sprintje ingezet
Opa en Oma zwieren samen als vroeger over de baan
Ach, zegt Vrouwe Meisje of ze nooit iets anders hebben gedaan
Ze maken een lange slang met zijn allen
Ze gieren het uit als juist Opa als eerste gaat vallen
Ze lachen de hele dag tranen met tuiten
Helaas gaat de baan na vele uren lachen echt sluiten
Jammer, zucht Mijnheer Jack het is uit met de pret
Thuis gekomen willen ze allemaal doodmoe snel naar bed
Meneer Krekel, vraagt Heer Jack de volgende dag
Als ik een klein dom vraagje vragen mag
Waarom sjouwt u in hemelsnaam met die planken
Mijnheer Jack, voor dat schaatsen moet ik toch echt bedanken
U hebt zelf gezien dat ik niet zo'n beste schaatser ben
Daarom ik open deze winter mijn eigen koek-en-zopie-tent
Ik denk, grapt Broertje Tim dat ik wel weet
Wie daar de meeste koekjes eet
Na een beetje timmeren was iedereen dik op tijd
Op een echt koude witte winter voorbereid
