Ze liepen naast me een groep jongens van een jaar of 16 op weg naar de plaatselijke supermarkt net zoals ik. De scholen zijn weer begonnen dus in de pauzes moeten de plaatselijke supermarkt, de plaatselijke Vietnamese loempiaverkoper en de plaatselijke Turkse bakker ontdaan worden van het calorieën rijke maar verder nutteloze eten.
In mijn tijd werden de groepen ingedeeld naar aanleiding van de brommer die had; geen brommer, Puch, Zundap , Kreidler Nu lijkt het erop dat waar je eten haalt bepaalt tot welke groep je behoort.
Ze liepen naast me en gedurende de 3 à 4 minuten die wij samen opliepen had ik precies een woord van hun onderlinge conversatie verstaan. Dat was het woord hé en hoewel ik opgeleid docent Nederlands ben en vele jaren vertoefd heb in deze doelgroep verstond ik van de daarop volgende woorden geen bal. Ik verstond ze niet eens, blanco ruis en verder niets. Zij begreep elkaar prima.
Nu las ik een bericht over de kerndoelen voor het vak Nederlands. Een van de doelen, van de heel lang over nagedachte nieuwe doelen is dat kinderen passend taalgebruik moeten kunnen toepassen. Passend bij wie dacht ik nog. Voor hun is het passend maar ik hoop dat de docent die hun werk na moet kijken of een presentatie moet beoordelen het wel snapt want ik haakte af na hé en ik hoop dat dat nog dezelfde betekenis heeft als in mijn tijd. Ik hoop het.